Spermadonor: een A-donor, B-donor of toch een C-donor?

Spermadonor: een A-donor, B-donor of toch een C-donor?

In Nederland wordt er onderscheid gemaakt tussen anonieme zaaddonoren oftewel A-donoren, bekende zaaddonoren die ook wel B-donoren worden genoemd en C-donoren. Een C-donor is een bekende, bijvoorbeeld een donor die je ontmoet tijdens een speeddate van de Stichting Meer dan Gewenst.

6 januari 2019, door mr. K.SM. Smienk

1. A-donoren

Een A-donor is dus een volledig anonieme zaaddonor. Als kind van zo’n A-donor kun je dan ook niet of zeer moeilijk achterhalen wie jouw zaaddonor is geweest. In Nederland is het afgeven van zaad bij spermabanken als A-donor sinds 2004 verboden toen de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in werking trad.[1] Andere (Europese) landen zoals België en Spanje staan het afgeven van zaad bij spermabanken wel toe door A-donoren.

2. B-donoren

B-donoren zijn de mannen die bij een spermabank hun sperma afstaan. Volgens artikel 2 lid 1 sub b en artikel 3 van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting hebben kinderen van deze B-donoren het recht om vanaf het moment dat ze twaalf jaar zijn geworden een aantal basisgegevens over hun zaaddonor op te vragen. Hierbij gaat het om ‘fysieke kenmerken, opleiding en beroep alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken; een en ander zoals bij algemene maatregel van bestuur nader bepaald’[2].

Zodra het kind zestien is geworden kan het kind ‘persoonsidentificerende gegevens’ over de donor opvragen.[3] Deze informatie kunnen kinderen opvragen bij de Stichting Donorgegevens kunstmatige bevruchting. Oftewel: zodra het kind zestien is geworden kan het erachter komen wie diens donorvader is. De donor moet er wel schriftelijk mee instemmen dat zijn persoonsidentificerende gegevens aan het kind verstrekt worden.[4]

Wat nu als de B-donor niet wil dat zijn persoonsidentificerende gegevens verstrekt worden?

Het verstrekken van deze informatie aan het kind kan door ‘zwaarwegende belangen’ van de donor met zich meebrengen dat het kind de persoonsidentificerende gegevens van diens B-donor niet krijgt van de Stichting Donorgegevens kunstmatige bevruchting.[5] Let wel, het moet dan gaan om ‘zwaarwegende belangen’, dus het enkele feit dat de B-donor niet wil dat zijn persoonsidentificerende gegevens aan het kind van zestien jaar of ouder worden verstrekt is op zichzelf geen reden om het kind deze gegevens niet te verstrekken!

3. C-donoren

C-donoren zijn de spermadonoren uit de omgeving: een familielid, een vriend of iemand die via een bijeenkomst of via het internet is ontmoet etc. Hoe het contact tussen het kind en de C-donor zal zijn bepaalt u zelf.[6] De rechten van een kind van een C-donor zijn een stuk ingewikkelder weer te geven dan de rechten van een kind van een B-donor. Ook de rechten en plichten van de C-donor zelf zijn ingewikkelder dan de rechten en plichten van de B-donor.

Ik adviseer u met klem wanneer u zelf C-donor wil worden, of een kind wil verwekken met behulp van een C-donor, u bij mij voor te laten lichten over uw juridische positie.

4. Tot slot

Zoveel verschillende mensen, zo veel verschillende wensen. Welke vorm van donorschap past bij u? Het antwoord op deze vraag is uiteraard geheel aan u. Ik draag graag mijn steentje bij aan uw zoektocht door de juridische posities van de drie typen spermadonoren in een persoonlijk gesprek met u uiteen te zetten

[1] Staatsblad 2003, 510.
[2] Artikel 2 lid 1 sub b van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.
[3] Artikel 3 lid 2 Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.
[4] Artikel 3 lid 2 Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.
[5]Artikel 3 lid 2 Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.
[6] Al is dat wel heel kort gezegd uiteraard. Ouders en kinderen hebben allerlei wettelijke rechten en/of plichten. Ik licht u hier graag over voor in een persoonlijk gesprek.