En opa en oma dan?

En opa en oma dan?

Dat er een recht op omgang bestaat tussen ouders en kinderen is een bekend recht. Maar hoe zit dit eigenlijk met de grootouders en hun kleinkind? Kunnen de ouders het contact tussen opa en oma en de kleinkinderen verbreken?

23 januari 2019, door mr. K.S.M. Smienk

1. Het recht op omgang      

Het Burgerlijk Wetboek regelt in artikel 1:377a dat een kind recht heeft op omgang ‘met zijn ouders en met degene die in nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat’. Dit betekent dat ook opa en oma een recht op omgang met hun kleinkinderen kunnen hebben. Let op, het is dus niet altijd het geval dat opa en oma het recht op omgang hebben met hun kleinkind(eren)!

Er dient tussen opa en/of oma en het kleinkind een nauwe persoonlijke betrekking te bestaan.

2. Een voorbeeld uit de rechtspraktijk

Wanneer is er nu sprake van zo’n nauwe persoonlijke betrekking? Dit is niet zo simpel te zeggen. Wel geef ik u graag een voorbeeld uit de rechtspraak waar een nauwe persoonlijke betrekking bestond tussen grootouders en een kleinkind volgens de rechter. In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 5 juli 2018 namelijk dat de grootouders een recht kregen op Begeleide Omgang (BOR). Hiertoe overwoog de rechter het volgende:

– In dit geval heeft het kleinkind enkele maanden in gezinsverband gewoond bij de grootouders;

– Tevens is het kleinkind in het verleden samen met haar moeder regelmatig bij de grootouders verbleven;

– Het kleinkind lijdt aan diabetesproblematiek. De oma fungeerde als aanspreekpunt voor het kinderdagverblijf en voor de school van het kleinkind. Tevens was de oma bevoegd om het kleinkind injecties toe te dienen;

– Bovendien had het kleinkind veel veranderingen meegemaakt in haar leven, en vormden de grootouders steeds een stabiele factor. [1]

Op basis van deze feiten was er volgens de rechter sprake van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de opa en oma en het kleinkind, en wees de rechter het omgangsrecht tussen de grootouders en het kleinkind toe.

3. Redenen voor afwijzing omgang

Toch kan het zo zijn dat ondanks dat er een nauwe persoonlijke betrekking tussen de opa en oma en het kleinkind bestaat, de rechter het omgangsrecht niet toekent aan de grootouders. In het Burgerlijk Wetboek is namelijk in artikel 1:377a lid 3 geregeld dat dit enkel en alleen in de volgende gevallen kan:

1. Wanneer omgang met de grootouder(s) ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.

2. Of, wanneer de grootouder die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kleinkind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang.

3. Of, wanneer het kleinkind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met de grootouder met wie hij in nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken.

4. Of, wanneer omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kleinkind.

Wees een gang naar de familierechter voor en ga als opa of oma om de tafel zitten bij een mediator met de ouder(s) van het kleinkind.

4. Tot slot

Komen opa en oma er niet uit met de ouders van het kleinkind? Een gang naar de rechter staat open. Maar wat zal deze rechtsgang opleveren in de toekomst? Het zal de familiebanden niet ten goede doen. Mediation zal een een meer toekomstbestendige oplossing zijn.


[1] Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2018:2853, r.o. 3.9.2., 3.9.3. en 3.9.4.